Zeven jaar geleden overleed mijn moeder, op de laatste dag van mei, een dag die veel te zonnig was voor de dood. Tien maanden was ze ziek geweest. Precies lang genoeg om mezelf te overtuigen, puffend van paniek: ik kan dit niet, ik kan dit niet, ik kan dit niet. Nachten lag ik naar het plafond te staren met de gedachte dat ik niet sterk genoeg zou zijn voor een moederloos leven. Almaar stelde ik mezelf de vraag: hoe móét dat nou straks?
Rouw is een grillig wezen. Het enige wat ik kon doen was meedeinen. Zeven jaren gingen voorbij en er zat weer lichtheid in mijn dagen. Ik kon weer lachen, huilen van het lachen zelfs, en vaak ook. Ik werkte, sportte, danste, feestte, dronk, flirtte, at, functionéérde. Ik…
